Rugby Nederland zet zich in voor een Rookvrije Generatie

Zoekveld

Rugby Nederland zet zich in voor een Rookvrije Generatie

Rugby Nederland is vanaf vandaag rookvrij. Veel kinderen brengen een groot deel van hun vrije tijd door op de sportvereniging. Daarom vraagt Rugby Nederland aan iedereen die op het Nationaal Rugby Centrum in Amsterdam komt voortaan het terrein rookvrij te houden om kinderen het goede voorbeeld te geven. Hiermee wil Rugby Nederland kinderen beschermen tegen de verleiding van roken en het schadelijke meeroken.

Rookvrije rugby
Veel sportverenigingen in Nederland, waaronder de rugbyverenigingen, hebben de stap naar rookvrij al gezet. Momenteel zijn er 11 rugbyclubs al geheel of gedeeltelijk rookvrij. Met een rookvrije sportaccommodatie wordt de jeugd beschermd tegen de verleiding om te gaan roken en het schadelijke meeroken.

Zien roken, doet roken
Uit onderzoek is gebleken dat kinderen die geconfronteerd worden met roken zelf ook eerder gaan roken. Hoewel een groot deel van de Nederlandse bevolking vindt dat roken en sporten niet samengaan, wordt op de tribune, langs de lijnen of op andere plekken op het sportterrein nog gerookt.

Rookvrije Generatie
De beweging ‘Op weg naar een Rookvrije Generatie’ is een initiatief van de Hartstichting, KWF Kankerbestrijding en het Longfonds. Doel is rookvrij opgroeien vanzelfsprekend te maken. De sportvereniging is een belangrijke omgeving in het leven van opgroeiende kinderen. De ambitie is om zoveel mogelijk sportaccommodaties rookvrij te maken en hiermee het goede voorbeeld te geven aan kinderen.

Naast Rugby Nederland zijn ook de KNVB, KNHB, KNLTB, NTTB, Atletiekunie, KNKV en sportkoepel NOC*NSF partner van de Rookvrije Generatie. “Samen met deze sportbonden zetten we grote stappen naar een rookvrije sport,” zegt Floris Italianer, voorzitter Alliantie Nederland Rookvrij. “Maar we zijn er nog niet. We roepen alle rugbyverenigingen in Nederland op om zich aan te sluiten bij het volledig rookvrij maken van de rugbysport. Zo krijgen we een écht gezonde omgeving om in te rugbyen.” Op de regiobijeenkomsten in het najaar is hierover al gesproken met de rugbyclubs in Nederland; veel van hen hebben de stap zelf al gezet of denken hierover na.