FAQ over het rugbyspecifieke protocol

FAQ over het rugbyspecifieke protocol

Naar aanleiding van het sportspecifieke protocol dat Rugby Nederland maandag 27 april jongstleden deelde, zijn er een aantal vragen gesteld per mail en tijdens de Q&A afgelopen dinsdag. De vragen en antwoorden vind je hieronder:

 

1. Hoe moeten we omgaan met blessures van kinderen met betrekking tot de 1.5 meter afstand?

• In het rugbyspecifieke protocol wordt aangegeven om te zorgen dat er te allen tijde toegang is tot EHBO-kist en AED. Zorg dat er ook handschoenen in deze kit aanwezig zijn.
• Indien een speler geblesseerd raakt tijdens de training ontkom je er niet aan om ondersteuning te bieden. Zeker bij kinderen onder de twaalf is het soms belangrijk om ze te troosten als ze pijn of verdriet hebben en dit moet ook kunnen. Contact tussen kinderen en volwassenen is minder risicovol.
• Wel is het belangrijk het gezicht van het kind zo min mogelijk aan te raken zonder handschoenen en voor en na je handen te desinfecteren en/of goed te wassen.

• Aanvulling 8-5-2020: Het Rode Kruis heeft aanvullende tips gegeven die hier te vinden zijn.
• Het is verstandig om vooraf met de kinderen afspraken te maken over de intensiteit en veiligheid om het risico op blessures zoveel mogelijk te verkleinen.

 

2. Hoe moeten wij omgaan met de aantallen op het veld?

• De aantallen in het rugbyspecifieke protocol moeten worden aangehouden om te voorkomen dat groepen met elkaar in contact komen tijdens de training. Daarom is het advies van Rugby Nederland om maximaal 28 spelers per groep te hebben. En ervoor te zorgen dat de groepen (lees: trainingen) zo goed mogelijk verdeeld worden over het veld en over de avond.

3. Waarom wordt er geen minimaal aantal begeleiders aangegeven?

• Zowel het landelijk als het rugbyspecifiek protocol richten zich op de veiligheidsvoorschriften van de RIVM en daarmee de uitdaging zo min mogelijk volwassenen met elkaar in contact te laten komen. Vandaar de richtlijn met maximale aantallen begeleiders. De minimale aantallen is aan de club om te bepalen en de verantwoording om voldoende trainers voor een groep te hebben.

4. Wat te doen met contactsituaties zoals de ruck, de maul en de scrum bij de jeugd tot en met 12 jaar?

• Er zijn voor de jeugd tot en met 12 jaar geen beperkingen en er mogen ook onderlinge wedstrijden gespeeld worden. Het is dus ook niet nodig om in de training het onderlinge contact tussen de spelers te vermijden. Zoals het RIVM en de Medische Commissie uitlegt is het risico op besmetting verwaarloosbaar bij deze doelgroep.

5. Is trainen voor selecties, Academy’s en NTC  mogelijk?

• Nee, het is voor deze doelgroepen nog niet mogelijk om te trainen. De belangrijkste oorzaak is dat reizen nog steeds wordt afgeraden. Zeker reizen met openbaar vervoer brengt onnodig veel risico’s met zich mee. Aangezien reizen noodzakelijk is voor de spelers van de NTC, de selecties en Academy’s om naar de trainingslocatie te komen. Daarnaast wordt het mengen van verschillende groepen afgeraden en is dit ook een reden om deze trainingen nog niet te hervatten. Rugby Nederland heeft daarom besloten dat deze doelgroepen, evenals clusters hun trainingen vooralsnog niet mogen hervatten.

6. Hoe moet er omgegaan worden met toiletbezoek tijdens de trainingen?

• Ondanks dat het clubhuis en de kleedkamers zijn gesloten, is het wel belangrijk om toiletbezoek bij hoge nood, toe te staan. Spelers wordt gevraagd om voor de training thuis nog naar het toilet te gaan.
• Indien er tijdens de training toiletbezoek noodzakelijk is wordt de corona-coördinator gevraagd dit te begeleiden. Belangrijk: het toilet en de handvatten moeten voor en na gebruik gedesinfecteerd worden.

7. Hoe om te gaan met gedispenseerde spelers?

• In het rugbyspecifieke protocol wordt uitleg gegeven dat alle spelers in de eigen categorie moeten spelen. Dit betekent ook dat gedispenseerde spelers bij het eigen team trainen en niet bij de leeftijdscategorie waar ze zonder dispensatie zouden moeten spelen.

8. Controle vanuit gemeenten op de uitvoering van de maatregelen tijdens de training?

• De gemeenten kunnen controles uitvoeren bij clubs om te controleren of de maatregelen juist worden uitgevoerd. Er wordt er vanuit gegaan dat er niet direct wordt beboet als de 1,5 meter niet wordt aangehouden maar hoogstwaarschijnlijk eerst een waarschuwing wordt gegeven. Daarna zou eventueel door de gemeente de vrijstelling om te mogen trainen kunnen worden ingetrokken.
• Er zit een verschil tussen een ongelukkige overtreding van de 1,5 meter en bewust de maatregelen overtreden door bijvoorbeeld een scrum te gaan trainen. Indien dit wordt waargenomen zullen ambtenaren ingrijpen en ook vragen naar legitimatie van de betrokkenen.

9. Er wordt vanuit RIVM gezegd dat ook niet-leden ook toegang moeten krijgen.

• Er is aangegeven dat ook niet-leden in deze periode kennis moeten kunnen maken met de sport. Echter stimuleren wij als Rugby Nederland actieve promotie en introductieperiodes niet omdat de focus eerst op het herstarten van de trainingen voor de eigen jeugd moet liggen.
• Zodra de maatregelen verder worden versoepeld zullen we clubs stimuleren en ondersteunen in introductieperiodes om potentiele leden naar de club te krijgen en in aanraking te laten komen met de sport.

10. Wat zijn de taken van een corona-coördinator?

• Het advies van Rugby Nederland is om minimaal één of meer ‘corona-coördinatoren’ aan te stellen , die toezicht houden op het gebruik van de accommodatie. Deze personen zorgen voor een juiste toepassing van de protocollen voor, tijdens en na de trainingen. Daarbij houden zij het overzicht over de gehele trainingsavond en waarborgen zij de veiligheid van alle betrokkenen. Tijdens de training zijn de trainers verantwoordelijk voor de sportspecifieke veiligheid. Als op het sportpark getwijfeld wordt of een speler wel of geen ziekteverschijnselen vertoont, zijn de corona-coördinatoren eindverantwoordelijk. Zij kunnen de betreffende personen dringend adviseren om de sportaccommodatie te verlaten.

Aanvulling 8-5-2020:

11. Kunnen jeugdtrainers getest worden?

• Jeugdtrainers kunnen zich nu ook laten testen op het coronavirus, net als mantelzorgers en personeel in het basisonderwijs en kinderopvang. Binnen de beschikbare testcapaciteit is er ruimte om deze extra doelgroepen te testen, zo heeft het ministerie van VWS donderdag bekendgemaakt.
Jeugdtrainers en buurtsportcoaches met minimaal 24 uur ziekteverschijnselen die passen bij een COVID-19 infectie kunnen zich in de testfaciliteiten van de GGD’en laten testen. Alle testafnames zijn op afspraak na aanmelding via een arts.

12. Mogen kinderen met hooikoorts trainen?

•  De Medische Commissie heeft het advies gegeven dat kinderen die last hebben van hooikoorts een dokterverklaring nodig hebben om te trainen. Met deze verklaring is het dus mogelijk om te trainen. Bij mogelijk vermoeden van andere klachten wordt er gevraagd geen risico te nemen en thuis te blijven.
 

Bestand: 
PDF-pictogram FAQ, rugbyspecifiek protocol.v2.pdf